+32 488 10 86 83 info@greo.be

Zijn er alternatieven voor de GRP?

Meestal wel, op voorwaarde dat de onderneming in moeilijkheden tijdig aan de alarmbel trekt en transparant over haar financiële situatie communiceert. Vaak is haar financiële gezondheid bij het opstarten van de procedure immers al zo sterk aangetast dat de beschermingsperiode alleen nog neerkomt op uitstel van een faillissement.

Daarom is het essentieel dat een onderneming die haar financiële positie ziet verslechteren haar belangrijkste schuldeisers hiervan snel op de hoogte brengt. Hoe sneller dat gebeurt, hoe groter de kans op een positieve afloop. Ook de schuldeisers hebben immers geen enkel belang bij een mogelijk faillissement en zullen dus mogelijk samen met de onderneming op zoek gaan naar een goede en evenwichtige oplossing. (in theorie is dat natuurlijk veel eenvoudiger dan in de praktijk. De kans bestaat immers dat de leverancier eieren voor z’n geld kiest)

Is de schuldeiser een bank, dan kan de bank bijvoorbeeld experts inzetten die zich toespitsen op het begeleiden of helpen van bedrijven in moeilijkheden, ongeacht de sector. Deze teams beschikken over een schat aan ervaring op het vlak van probleemanalyse en financiële herstructurering. Door hen van bij het begin te laten meedenken, kan soms erger voorkomen worden. (bij de bank alle kaarten aan tafel tonen is in de praktijk niet altijd verstandig)

Een bilaterale overeenkomst met de bank (of andere schuldeisers) zou normaal gezien moeten kunnen rekenen op discretie. Vaak kan door de GRP-procedure geleden reputatieschade – en bijhorende economische schade – immers de definitieve doodsteek betekenen voor een onderneming die in wezen nog levensvatbaar was.

Het meeste valt of staat met het herstelplan. De onderneming dient niet alleen een realistisch business- of herstructureringsplan voor te leggen, maar er zich ook volledig voor te engageren. De ervaring leert immers dat een gezamenlijke, evenwichtige aanpak door aandeelhouders en bank de kansen op een succesvolle doorstart gevoelig verhoogt.

In sommige gevallen – bijvoorbeeld wanneer de producten of diensten die de onderneming aanbiedt het einde van hun levenscyclus hebben bereikt of er geen markt meer voor bestaat – zullen de experts echter nog weinig kunnen beginnen. Dat is ook zo als de bedrijfsleiding of de aandeelhouders geen eigen middelen en tijd meer willen investeren of niet langer in de overlevingskansen van de onderneming geloven.