+32 488 10 86 83 info@greo.be

Welke verplichtingen dragen economische beroepsbeoefenaars zoals accountants, revisoren, belastingconsulenten en boekhouders bij een WCO procedure?

De gerechtelijke reorganisatie (WCO) zit sinds 1 mei 2018 in een nieuw jasje en noemt sindsdien “GRP”. De reorganisatie maakt het mogelijk een bedrijf buiten faillissement financieel te herstructureren. Nog steeds is de bedoeling, het beschermen van de onderneming tegen schuldeisers. De economische beroepsbeoefenaars kan daarbij een rol krijgen, mogelijk een belangrijke.

In onze optiek is het sinds de Corona maatregelen ook voor de economische beroepsbeoefenaars zaak zich te verdiepen in de WCO / GRP; het gaat immers de herstructureringspraktijk veranderen. Cliënten van economische beroepsbeoefenaars gaan steeds meer met de GRP te maken krijgen. Voor de economische beroepsbeoefenaars ligt hierin niet alleen een adviesrol maar ook een zakelijk opportuniteit. Wij adviseren de economische beroepsbeoefenaars zodat ze weten wat er komen gaat en wat voor zakelijke mogelijkheden de COVID-maatregelen ook voor hen te bieden hebben.

PREVENTIEVE FASE: DETECTIE EN MELDING

In het verlengde van de wet “continuïteit ondernemingen” kregen de zogenaamde economische beroepsbeoefenaars ‘cijferberoepen’ een versterkende preventieve rol toebedeeld. In de preventieve fase moeten de economische beroepsbeoefenaars de onderneming die bij hen klant is accuraat inlichten over vaststellingen die de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen. Dit is voor veel van de  economische beroepsbeoefenaars een onduidelijke formulering. Zelfs mét de verduidelijking van de achteraf toegevoegde Interinstitutenaanbeveling.

Er wordt extra aandacht besteed aan het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden en ook hier wint de tussenkomst van de economische beroepsbeoefenaars als cijfer specialisten aan belang. Hierbij komt zelfs hun beroepsgeheim te vervallen!

Beroepsgeheim?

De rechter die zetelt in de kamer voor handelsonderzoek kan ambtshalve alle informatie verzamelen die hij nodig acht voor zijn onderzoek. In het kader daarvan is het beroepsgeheim van de economische beroepen in principe van toepassing. De rechter kan echter aan de economische beroepsbeoefenaar inlichtingen vragen over de aanbevelingen die de cijferberoeper heeft gedaan, en in voorkomend geval ook over de maatregelen die de onderneming daarna heeft genomen om de continuïteit te waarborgen. Het verstrekken van dergelijke inlichtingen vormt geen schending van het beroepsgeheim.

PREVENTIEVE FASE: OPVOLGING

Het is voor de WCO procedure in de preventieve fase aangewezen een zekere opvolging te verkrijgen van de economische beroepsbeoefenaar. Er moet namelijk worden nagegaan of het bestuursorgaan op een adequate wijze met de aangeleverde informatie omgaat. Indien het bestuursorgaan nalaat om de nodige maatregelen te treffen binnen de maand na de kennisgeving door de beroepsbeoefenaar dan kan de economisch beroepsbeoefenaar de voorzitter van de rechtbank van koophandel hierover schriftelijk inlichten, zonder schending van het beroepsgeheim.

Welke feiten duiden op een geschokte continuïteit?

Wat zijn voor de wetgever de feiten die de continuïteit van een onderneming in het gedrang kunnen brengen? Ook hier geeft de wetgever geen 100% duidelijkheid. De Interinstitutenaanbeveling voorziet namelijk in een niet-limitatieve opsomming van mogelijke feiten. Het heeft dan tot gevolg? De beroepsbeoefenaar moet zich conform de aanbeveling baseren op z’n beroepskennis en z’n kennis met betrekking tot de onderneming om zijn of haar oordeel te vellen. De periode waarop de beoordeling van de continuïteit betrekking heeft, is minstens twaalf maanden.

Sinds de wetswijziging van 2013 tracht de wetgever duidelijk om de cijferberoepers te responsabiliseren en hun betrokkenheid te verscherpen. Zo werden boekhouders en andere cijferberoepen er in eerste instantie toe verplicht om de ondernemingen die zij bedienen te verwittigen indien in uitvoering van hun cijferberoep moeilijkheden worden vastgesteld. Volgens de theorie dient men als economisch beroepsbeoefenaar ook de rechtbank op de hoogte te brengen indien blijkt dat de bedrijfsleider van de onderneming die door de beroepsbeoefenaar bedient wordt niet de nodige maatregelen neemt. (Dit resulteerde in een toevoeging van een vijfde lid aan artikel 10)

De externe accountant, externe belastingconsulent, externe erkend boekhouder, externe erkend boekhouder-fiscalist en ook de bedrijfsrevisor die in de uitoefening van z’n diensten gewichtige en overeenstemmende feiten vaststelt, die de continuïteit van de onderneming die ze bedienen, in het gedrang kunnen brengen, dienen het bestuursorgaan of de verantwoordelijke binnen de onderneming in te lichten.

Economisch beroepsbeoefenaars spelen in twee verschillende fases een rol: in de preventieve en de remediërende fase. Die eerste draait rond de detectie en melding van ondernemingen in moeilijkheden. De tweede gaat over de toezichts– en bijstand opdracht in het kader van de opening van een procedure inzake gerechtelijke reorganisatie.

Op welke manier inlichten?

Hoe de economisch beroepsbeoefenaars de onderneming precies moeten inlichten, dat voorziet de WCO niet expliciet in een formele schriftelijke kennisgeving. Evenwel wordt schriftelijke kennisgave door de instituten aangeraden omwille van het bewijs van de inlichting. Het nalaten om de onderneming op omstandige wijze in te lichten brengt immers de aansprakelijkheid van de cijfers specialisten in het gedrang. Een loutere mededeling volstaat niet. Bovendien worden de beroepsbeoefenaars aangeraden om de formele kennisgeving bij voorkeur te doen per aangetekend schrijven gericht aan het bestuursorgaan van de onderneming, waarbij een kopie per gewone brief individueel aan ieder lid van het bestuursorgaan kan worden gestuurd.

Melding aan de rechtbank is alleen in theorie verplicht voor de economisch beroepsbeoefenaar?

Het vaststellen van gewichtige en overeenstemmende feiten houdt volgens die Interinstitutenaanbeveling geen verplichting in tot een systematisch en/of georganiseerd onderzoek naar dergelijke feiten. Dit werd bevestigd door het hof van beroep te Antwerpen in een arrest van 8 september 2016. Daarin staat: Een economisch beroepsbeoefenaar moet niet voortdurend de continuïteit van de onderneming bewaken.

In tegenstelling tot de overige bepalingen geldt deze bepaling niet voor de externe boekhouder of voor de externe erkend boekhouder-fiscalist, maar enkel voor de externe accountant, de externe belastingconsulent en de bedrijfsrevisor.

REMEDIËRENDE FASE: TOEZICHT EN BIJSTAND

De ondernemer die een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie indient bij de handelsrechtbank dient in bijlage een staat van activa en passiva toe te voegen. Sinds de herziening van de insolventiewetgeving op 1 mei 2018 moet deze staat van activa opgesteld worden met bijstand van een economisch beroepsbeoefenaars zoals bijvoorbeeld een extern accountant of bedrijfsrevisor, daar waar vroeger dezelfde staat van activa en passiva slechts onder “toezicht” van een economisch beroepsbeoefenaars moest worden opgesteld. 

De rol van de externe accountant of bedrijfsrevisor wordt zoals bij wet voorzien dus belangrijker. Doel van de meest recente wetgeving? Volgens de wetgever leidt de bijdrage van de externe accountant of bedrijfsrevisor ertoe dat het vertrouwen van de rechtbank in de voorgelegde cijfers wordt versterkt. Dit betekent dat de bijstand die de economisch beroepsbeoefenaars als de cijferberoeper bijdraagt niet louter een samenstellingsopdracht is maar eerder een opdracht. Dit kan beschouwd worden als een objectiveringsopdracht waarbij de externe accountant of bedrijfsrevisor onder meer uitleg kan verschaffen over de voornaamste objectiveringen die hij heeft uitgevoerd en tevens verklaart dit ook dat men als cijferberoeper geen opmerkingen heeft te formuleren of in voorkomend geval, uitleg verschaft in geval van afwijkingen in de cijfers van de onderneming die tijdelijk moeilijkheden ervaart.

Accountants hebben sinds het ontstaan van de WCO-wet niet alleen verschillende rollen. Als economisch beroepsbeoefenaar kan een accountant sinds de vernieuwing van de WCO-wet ook bijkomende taken vervullen en verschillende verantwoordelijkheden dragen. Zo kan de accountant reeds van bij aanvang nauw betrokken worden bij de totstandkoming van het GRP ontwerpakkoord en bijdragen tot het opstellen / verzamelen van alle stukken en informatie die men in bijlage tot het ontwerpakkoord (verzoekschrift) dient te voegen. Vervolgens is het ook de taak van de accountant om de onderneming die problemen ervaart (de debiteur die in de GRP wil stappen) te waarderen zodat men kan vaststellen welke crediteuren boven water en welke crediteuren onder water staan. 

Ook in de remediërende fase wordt de rol van de economisch beroepsbeoefenaar als cijferspecialist belangrijker. De toezichts– en bijstand opdracht in het kader van de opening van een gerechtelijke reorganisatieprocedure wordt door de Interinstitutenaanbeveling ingevuld als een samenstellingsopdracht.

De opdracht tot het samenstellen / verzamelen van alle stukken, daar dient te worden verstaan het rapporteren over en het ondersteunen van de opstelling en presentatie van een financieel overzicht op grond van datgene wat door de onderneming aan informatie werd aangeleverd. De meerwaarde van deze toezicht- en bijstand opdrachten welke uitgevoerd worden door de economische beroepsbeoefenaars worden gevormd door de objectivering van de informatie die aangeleverd werd door het bestuursorgaan van de onderneming die de problemen ervaart. De rechtbank van koophandel zal op deze manier een betere inschatting kunnen maken van de mogelijkheden tot reorganisatie en de kans dat de continuïteit van de onderneming kan behouden blijven.

Daarnaast stelt de hervormde WCO-wet, sinds de vernieuwing bij de GRP, bijkomende eisen aan de inhoud en onderbouwing van het voorgestelde akkoord. Zo moet het ontwerpakkoord bij de GRP een omschrijving van de financiële gevolgen per klasse bevatten. Verder moet in het ontwerpakkoord worden onderbouwd hoe het akkoord kan bijdragen aan het voorkomen van een faillissement en moet het akkoord tevens een continuïteitsplan bevatten. Tot slot moeten er zoals eerder toegelicht diverse financiële stukken worden toegevoegd waaronder de jaarrekening, de balans en de winst- en verliesrekening met betrekking tot de laatste twee boekjaren

Er moet waardering plaatsvinden om vast te stellen of een vordering bij mogelijk faillissement boven water of onder water staat en om te bepalen of schuldeisers in geval van een faillissement beter af zouden zijn. Het beoordelen en kaderen van dergelijke waardering is bij uitstek een taak die best kan uitbesteed worden aan de accountant van de onderneming-schuldenaar. Dit rapport van de accountant kan van groot belang zijn in de reorganisatieprocedure. 

Het spreekt voor zich dat hier voor accountants een stroom aan werk en inkomsten kan uit voortkomen. De praktijk wijst echter uit dat de meeste accountants bitter weinig belangstelling vertonen om deze taak aandacht te geven. Niet alleen de handelsrechtbanken ervaren bij de accountants weinig animo voor de GRP. Ook bij ProfiConsult ondervinden we bij boekhouders en accountants vaak ronduit desinteresse. Het vormt dan ook meer regel dan uitzondering dat ondernemers die problemen ervaren nog nooit hebben gehoord van de mogelijkheden welke een GRP biedt. Ondernemers die gecontacteerd worden vanuit de handelsrechtbank berusten vaak in de illusie dat het allemaal wel niet zo’n vaart zal lopen. Via de kamer van handelsonderzoek en door ProfiConsult mag de ondernemer dan wel worden gewezen op meer ‘red flags’ binnen de onderneming dan wat je ziet bij een Chinese parade, dan nog reageren veel ondernemers en bestuurders met een gebrek aan ernst omdat ze ten onrechte de verwachting koesteren dat hun accountant hen wel zou hebben gewezen op problemen en oplossing mocht dat van enig belang zijn. Enigszins begrijpelijk en respectvol dat ondernemers zoveel vertrouwen schenken aan hun accountant. Maar dat blind vertrouwen kan de ondernemer zeer duur te staan komen. Deze intrieste realiteit valt te betreuren want sinds jaar en dag ervaart men bij de handelsrechtbanken dat ondernemers meestal te laat op de hoogte worden gebracht of de realiteit pas onder ogen zien wanneer hulp niet langer kan baten. Vanuit ProfiConsult opereren we vaak op referentie maar ook gerichte mailing en direct calling schuwen onze hulpverleners niet.

Proactieve identificatie

Proactief betekent hier dat er middelen ingezet worden die de identificatie van alle ondernemingen met beginnende moeilijkheden mogelijk maakt. Deze gaan verder dan ratio-analyse. Er zijn heden immers ook andere signalen die vroegtijdiger de vinger aan de pols leggen. Bovendien wordt nu ook een belangrijk segment van kleinere ondernemingen (die mogelijk onder persoonlijke naam mensen kunnen tewerkstellen) en jonge ondernemingen niet langer van mogelijke identificatie uitgesloten (vroeger werden jonge en kleinere ondernemingen soms uitgesloten omdat ze (nog) geen jaarrekeningen publiceren) Sinds 2015 bestaan er jaar na jaar steeds betere performante business intelligence-systemen die wel de nodige identificatiemogelijkheden bieden.

Conclusie?

 

Wanneer een uitdaging voor de ondernemer betrekking heeft op insolvabiliteit of bij going concern schijnt reeds het licht op een nakend faillissement dan is het voor de ondernemer, en voor de accountant die als vertrouwenspersoon de ondernemer bijstaat, niet verstandig om af te wachten tot men met de billen bloot gaat en vervolgens ‘in no time’ volledig naakt staat. Echte preventie mét positieve resultaten kan immers enkel en alleen bij een vroegtijdige aanpak met een proactief bedrijfscontinuïteitsplan waarbij de individuele ondernemer en zijn contractuele partijen in volle respect worden behandeld.

Wil men als accountant de cliënt, zichzelf en onze samenleving de onnodige economische schade besparen en de mogelijk levensvatbare ondernemingen tijdig nieuw leven inblazen dan dient men als cijferberoeper actie te nemen en de ondernemer te wijzen op mogelijkheden die de wetgever hen binnen een wettelijk kader biedt. Als cijferberoeper dient men de cliënt tijdig en bewust de realiteit van een mogelijke problematiek in de onderneming onder ogen te brengen. Ervaringen bij WCO en andere faling preventieprogramma’s wijzen al jaren uit dat ondernemers vaak te lang een negatieve realiteit niet willen of kunnen erkennen omdat ze er niet tijdig op gewezen worden. De meeste ondernemers steken zich maar al te vaak de kop in het zand, waarbij ze niet bewust kunnen of willen zijn van een problematiek. Zoals een struisvogel een probleem onder ogen zien, leidt ertoe dat men op termijn alleen nog kan trekken aan een dood paard. Bent u als accountant bereid om in een vroeg stadium, wanneer de eerste signalen opduiken, uw cliënten te informeren? In dat geval is voor de ondernemer en z’n onderneming de kans op herstel zeer reëel.