+32 488 10 86 83 info@greo.be

Bestuurder aansprakelijkheid voor niet betaalde RSZ schulden, die verantwoordelijkheid draag ik ook?

Net zoals bij BTW en de bedrijfsvoorafbetaling, evenzo is ook het toepassingsgebied van de aansprakelijkheidsgrond voor vervallen RSZ schulden bijzonder ruim. De aansprakelijkheid geldt voor alle huidige en gewezen bestuurders, voor alle formele en feitelijke bestuurders, alsook de dagelijkse bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht.

Dit geldt voor alle ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm wanneer zij failliet gaan.

Deze aansprakelijkheidsgrond geldt enkel bij faillissement (art. XX.226 WER)

De curator of de RSZ kan elk van de opgelijste bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, dit met inbegrip van de verwijlinteresten.

Objectieve aansprakelijkheidsgrond

Belangrijk te benadrukken is dat voor deze aansprakelijkheid niet eens één fout dient te worden aangetoond in hoofde van de (formele of feitelijke) bestuurder.

De (feitelijke) bestuurders zijn zonder meer hoofdelijk aansprakelijk voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:

– indien zij in de vijf jaar voorafgaand aan het faillissement betrokken zijn geweest bij minstens twee faillissementen of vereffeningen waarbij eveneens sociale zekerheidsschulden onbetaald zijn gebleven.

– mits zij bij dit eerdere faillissement of vereffening tevens bestuurder, gewezen bestuurder, lid of gewezen lid van de directieraad of van de raad van toezicht of feitelijk bestuurder waren;

Conclusie

De vennootschapswet begrenst de aansprakelijkheid van bestuurders. Het bedrag waarvoor ze aansprakelijk kunnen worden gesteld, is afhankelijk van de grootte van de onderneming. De grensbedragen liggen tussen 125.000 en 12 miljoen euro.

De begrenzing is er alleen voor een ‘toevallige lichte fout’. Voor herhaalde lichte fouten en grove fouten is er geen begrenzing. Hetzelfde geldt voor gevallen waarbij sprake is van bedrieglijk opzet en voor onbetaalde sociale bijdragen, btw en bedrijfsvoorheffing.

Hieruit blijkt alvast dat u als (formele en feitelijke) bestuurder de nodige voorzichtigheid aan de dag moet leggen. De niet-betaling van fiscale en/of sociale schulden kan immers grote gevolgen hebben voor u en ook voor diegene die een feitelijk bestuurdersmandaat bekleden (bv. echtgenote die mee het reilen en zeilen van de zaak opvolgt).

Deze toelichting is voor de goede orde beperkt tot de aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden. Voor de volledigheid wijzen wij er op dat de insolventiewetgeving nog andere aansprakelijkheidsgronden voorziet, zoals onder meer die van de kennelijk grove fout die aanleiding geeft tot het faillissement of het principe van wrongful trading.